Installatie : de verschillende types
Meestel worden de toestellen buiten geplaatst. Bij een goed geventileerd gebouw kunnen de units tevens binnen wordengeplaatst.
|
 |
Buitenopstelling - naar beneden uitblazend
Het afvoeren van de lucht gebeurt langs bestaande openingen of door middel van extractoren. |
| Buitenopstelling - zijuitblazend
Deze manier van plaatsen wordt toegepast als de dakmontage te moeilijk is voor plaatsing en onderhoud. |
|
|
Binnen installatie – opgehangen unit
Als het gebouw reeds geventileerd is, is het mogelijk de unit binnen te installeren. Het luchtdebiet van de bestaande ventilatie moet ongeveer gelijk zijn aan het debiet van de unit |
De ECP 16000 unit is ontworpen om door een luchtkanaal gedragen te worden dat op zijn beurt gesteund wordt door de structuur van het gebouw.
De sectie van het verbindingskanaal moet 644 x 644 zijn. Dit zorgt voor een eenvoudige en snelle montage. |
|
Om zeker te zijn van een stabiele en goede plaatsing van de unit op het luchtkanaal zijn bij de fabrikatie steunpunten voorzien aan de binnenkant van de uitblaasmond. Zo heeft men de zekerheid dat de unit goed gemonteerd is.
De steunpunten zijn voorzien op een diepte van 30 mm |
De opstelling hiernaast is een type opstelling.
Het kanaal is aan de bestaande dakstructuur gemonteerd.
Men moet er zich van vergewissen dat de constructie voldoende sterk is om het gewicht van de unit in werking en het gewicht van het kanaal en het uitblaasplenum te dragen.
Opmerking:De toestellen mogen nooit gemonteerd worden op een plaats waar risico bestaat om vervuilde lucht (rook, gepolueerde lucht enz…) aan te zuigen. |
|
|
De aansluiting van water, elektriciteit en afvoer gebeuren onderaan de unit.
Een belangrijk punt is de waterdichte aansluiting tussen het luchtkanaal en het dak. |
De installatie kan het volledige gebouw koelen of plaatselijk bij de werkposten (spotkoeling).
Het is belangrijk de zones te bepalen waar een bezetting is of waar de koude lucht noodzakelijk is.
De warme lucht moet kunnen verwijderd worden zonder de verdeling van de koele lucht te hinderen. |
 |
|
De warme lucht kan geëvacueerd worden ofwel door de
bestaande openingen of wel door middel van ventilatoren.

|

Zijdelings uitblazende toestellen worden gebruikt als de plaatsing via het dak onmogelijk is (te lichte structuur, moeilijk bereikbaar voor onderhoud, enz….) |
|